In Foyer Georges Motte, in Brussel, begeleiden Lamissa Nene en Géraldine Montemaggiore al respectievelijk 15 en 24 jaar mannen die te maken hebben met extreme armoede. De ene is verantwoordelijk voor de sociale en pedagogische dienst, de andere voor de educatieve dienst. Samen vertellen ze over een beroep waarin kleine gebaren evenveel tellen als grote stappen, en waarin de menselijke band door de jaren heen standhoudt.
Dagen die nooit op elkaar gelijken
“Je komt ’s ochtends aan met een idee van wat je gaat doen… maar je weet nooit wat er zal gebeuren!”
In Foyer Georges Motte begint de dag met een overdracht van de nachtopvoeder: gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, situaties die moeten worden opgevolgd, procedures die moeten worden voortgezet. Daarna volgen de onthaalmomenten, afspraken, maaltijden, activiteiten en onvoorziene omstandigheden elkaar op.
Lamissa coördineert de sociale en pedagogische dienst: opvang, toegang tot rechten, administratieve procedures, het zoeken naar oplossingen en de voorbereiding op de socio-professionele re-integratie. Géraldine organiseert met haar collega’s van de educatieve dienst het dagelijkse leven in het tehuis: maaltijden, collectieve taken, activiteiten en de begeleiding van de bewoners.
De instelling, gesubsidieerd door de COCOF, heeft als missie het bieden van opvang, huisvesting en psychosociale begeleiding.
Sommige mensen arriveren uitgeput na een nacht op straat; anderen zijn hun woning kwijtgeraakt, hebben een gezinsbreuk doorgemaakt of kennen een lang traject van zwerven. Sommigen zoeken een bed, anderen administratieve hulp of de mogelijkheid om opnieuw banden aan te knopen.
“Er zijn mensen die zich zo alleen voelen dat ze hun houvast volledig kwijt zijn. Ze zomaar weer in een appartement zetten is niet voldoende.”
Opvangen, al is het maar voor één nacht
Het tehuis vangt ook mensen op in eerste instantie en voor spoedgevallen, soms voor slechts één nacht. In zo’n korte tijd is het onmogelijk om een duurzame begeleiding op te bouwen. Maar de ontmoeting telt.
Wanneer iemand niet kan blijven, legt het team de mogelijkheden uit, verwijst door naar andere structuren, sociale restaurants of dagopvangcentra.
“Zelfs als we de persoon niet kunnen houden, ziet hij dat we proberen een oplossing voor hem te vinden. Hij voelt zich minder alleen.”
Dat is ook een van de pijnlijkste moeilijkheden van het vak: moeten aankondigen dat er geen plaats meer is of weten dat iemand naar de straat zal moeten terugkeren bij gebrek aan een geschikte oplossing. Mensen met respect opvangen neemt de concrete grenzen van de huisvesting niet weg.
Een tehuis dat soms een ankerpunt wordt
Sommigen blijven slechts enkele dagen; anderen worden maanden of zelfs jaren begeleid. De trajecten volgen geen rechte lijn.
Lamissa en Géraldine halen de herinnering op aan een man die ze al meer dan twintig jaar kennen, en die naar het tehuis was teruggekeerd na verschillende pogingen tot zelfstandig wonen. Op een kritiek moment is het team hem gaan opzoeken om hem voor te stellen terug te komen.
Hij had in het tehuis een heel eigen plek gevonden: de soep bereiden voor de andere bewoners. Dat gebaar gaf hem een rol, een verantwoordelijkheid en erkenning. Na andere stappen en moeilijkheden kon er een huisvestingsoplossing worden gevonden die was afgestemd op zijn noden.
Ze herinneren zich ook een jonge man die op 19-jarige leeftijd aankwam na een gezinsbreuk, geconfronteerd met administratieve obstakels. Het team heeft hem begeleid bij zijn administratie, zijn schoolopleiding en zijn dagelijks leven.
“Hij heeft ons van alles aangedaan! We zijn achtereenvolgens papa, mama, grote zus, vertrouweling geweest…”
Vandaag woont hij in zijn eigen woning. De band met het tehuis is nooit verdwenen.
Vertrekken, zonder losgelaten te worden
Het verlaten van het tehuis betekent niet noodzakelijk het einde van de begeleiding.
Frédérique Dognies, maatschappelijk assistente belast met post-huisvesting en begeleid wonen, draagt bij aan het veilig verlopen van deze overgang.
Een budget beheren, boodschappen doen en koken, de woning onderhouden, procedures voortzetten: na een lange periode in een opvangtehuis kan het terugkrijgen van een appartement even verheugend als ontregelend zijn.
“Het stelt hen gerust te weten dat ze niet zomaar worden losgelaten.”
Sommige ex-bewoners komen terug voor advies, een kleine hulp of gewoon om bij te praten.
“Sommigen komen gedag zeggen… vooral op donderdag, de frietdag!”
Het tehuis blijft soms een herkenningspunt, zelfs na het vertrek.
De band wordt ook gesmeed rond een biljarttafel
Het opvoedkundige werk vindt niet alleen plaats in de kantoren.
Een potje biljart, een gezelschapsspel, een uitstapje naar het museum of een gedeelde maaltijd bieden andere kansen om te praten.
“Soms leer je tijdens die momenten meer dan tijdens een afspraak met de sociale dienst.”
Het spreken komt op een andere manier op gang, in de marge van een activiteit.
Een maaltijd voorbereiden, deelnemen aan de gemeenschappelijke taken, je plek innemen in de groep: deze alledaagse handelingen kunnen helpen om weer een ritme en zelfvertrouwen te vinden.
“Wij zouden dat ook kunnen zijn”
Wat hebben Lamissa en Géraldine na al die jaren geleerd? Hun antwoord komt meteen: “Wij zouden dat ook kunnen zijn.”
“We hebben een heel gevarieerde groep mensen: jongeren, migranten, maar ook voormalige bankiers, wiskundeleerkrachten, verzekeringsadviseurs… Sommigen hebben meer diploma’s dan wij! En zij leren ons dingen.”
Deze mannen hebben een beroep, een familie, plannen gehad. Dan zorgden een breuk, baanverlies, gezondheidsproblemen of een opeenvolging van tegenslagen ervoor dat alles instorte.
“Als je naar hun verhalen luistert, besef je dat er soms maar weinig voor nodig is om in die situatie terecht te komen.”
Achter het imbeeld van de dakloze die je op straat of in een station tegenkomt, schuilt een leven dat we niet kennen.
“Wij zijn niet anders dan zij.”
Die verscheidenheid voedt ook hun inzet:
“Zelfs na al die jaren kun je het niet beu worden. Iedere persoon is anders. Je denkt dat je alles al hebt gehoord, en toch blijf je verrast worden.”
Blijkken van waardering die je niet vergeet
De successen geven zin aan het beroep, evenals de onverwachte blijken van waardering.
Op een avond kwam Lamissa in het Zuidstation een jonge man tegen die ze ooit had begeleid, en die het tehuis had moeten verlaten vanwege gedragsproblemen.
Hij herkende haar en zorgde er spontaan voor dat ze haar trein veilig kon bereiken.
Zelfs wanneer een begeleiding moeilijk eindigt, kan de relatie een spoor nalaten.
Een andere ochtend, in de tram, ontmoette ze een voormalige bewoner met zijn twee kinderen. Zijn dochtertje vroeg hem wie die dame was.
“Mevrouw heeft mij geholpen toen ik het moeilijk had”, antwoordde haar vader.
De kinderen wendden zich toen tot Lamissa: “Dank u, mevrouw, dat u papa hebt geholpen toen hij problemen had.”
“Ik was diep geraakt”, vertelt Lamissa, die dit moment meteen met haar collega’s deelde.
Die bedankjes waren in haar ogen gericht aan het hele team dat deze vader had begeleid. Ze herinneren eraan dat de steun die aan iemand wordt geboden, ook kan tellen voor zijn naasten, lang nadat hij is vertrokken.
Kijken voorbij de armoede
Lamissa en Géraldine nodigen lezers uit om voorbij de clichés te kijken die rond dakloze mannen hangen.
Het zijn ook vaders, zonen, broers; mensen die hebben liefgehad, gewerkt, gehoopt, en soms alles zijn verloren.
“Armoede is als een vernislaagje. Als je een beetje krabt, ontdek je een heel leven, een heel verhaal.”
In Foyer Georges Motte begint de begeleiding bij deze erkenning: achter de armoede schuilt altijd een mens. En achter elk mens een verhaal dat het verdient om gehoord te worden.
Een kledingstuk, een gebaar van solidariteit!
In Foyer Georges Motte is er een permanente behoefte aan herenkleding. Broeken, truien, T-shirts, jasjes, jassen… Alle maten zijn welkom!
Heb je schone kleding in goede staat die je niet meer draagt? Geef ze een tweede leven door ze aan het tehuis te schenken. Een eenvoudige en concrete daad om de mannen die we dagelijks begeleiden te helpen. Dank je wel voor je vrijgevigheid!
Contact: 02/217.61.36, vraag naar Géraldine of Lamissa







